U bent hier

Mort Subite: een verhaal van spontane goesting

De wereld is jaloers op ons Belgisch bier en doet er alles aan om even goed te worden. Laat ze maar proberen. Drie onmogelijk na te maken streekproducten pakken ze ons nooit af: lambiek, geuze en kriek. Bij Mort Subite maken ze dat al erg lang erg goed.

Bruno Reinders, de meesterbrouwer van Brouwerij Mort Subite
National Media File 
0

Bruno Reinders, de meesterbrouwer van Brouwerij Mort Subite, staat onze Spar bieraankoper Jeroen Douwen al met open armen op te wachten. Brouwen is zijn grootste passie. Zijn tweede grootste passie: mensen rondleiden in de wondere wereld van de lambiek, geuze en kriek. En dat begint bij de geschiedenis.

We schrijven 1869, wanneer Felix Jan De Keersmaeker de leiding overneemt van Den Hert, een bescheiden boerderijbrouwerij in Kobbegem die dateert van 17de eeuw. Zijn kleinzonen Andre en Paul De Keersmaeker nemen in 1970 À la Mort Subite over, een bekend Brussels café met geuzestekerij. Ook de naam werd overgenomen. Sindsdien zijn lambiek, geuze en fruitbieren de belangrijkste producten uit het assortiment.

Alles of niets

Mort Subite laat zich vertalen als ‘plotse dood’ of ‘sudden death’. Het café ontleende zijn naam van een worp uit de pietjesbak, een oud Vlaams dobbelspel dat er voortdurend werd gespeeld. De verliezer - ook wel de dode genoemd - moet zijn medespelers trakteren. Als er geen tijd meer was, bijvoorbeeld omdat de lunchpauze erop zat, werd alles beslist met de alles-of-niets- worp, de Mort Subite. In het drukbezochte café wordt geen pietjesbak meer gespeeld maar je kan er nog terecht om in een impressionant decor te genieten van een deugddoende Mort Subite met een goede omelet of boterham met ‘platte keis’.

Spontane gisting
National Media File 
0
Spontane gisting
National Media File 
0
Spontane gisting
National Media File 
0

Spontane gisting

Lambiek, een unieke lokale biersoort die tevens de basis vormt voor geuze en kriek, komt tot stand door minstens 30% ongemoute tarwe toe te voegen aan mout, hop en water. Het mengsel moet dan drie uur koken, om een hoge suikerconcentratie te krijgen. De meeste brouwerijen koelen het vervolgens één nacht in een open koelschip, zodat het zich vermengt met wilde gisten die enkel in het Pajottenland en de Zennevallei rondzweven. Maar bij Mort Subite mogen de wilde gisten zich pas uitleven nadat het bier is overgepompt in tanks. Veel hygiënischer zo, zegt Bruno.

In de brouwzaal wordt alle dagen gebrouwen. De beslagkuip, filterkuip en kookketel zijn nog steeds authentiek, maar ondertussen wel voorzien van alle moderne technieken. “In oude brouwerijen vind je de beste bieren!”, weet Bruno. Het zal wel zijn: tijdens het bezoek treffen we zelfs een eikenhoutenvat uit Antwerpen aan dat dateert van 1902. Voorts zien we vaten liggen uit de Calvadosstreek, Normandië, de Provence en zelfs Italiaanse foeders van sangiovese en chianti. Eenmaal de gisten zijn uitgewerkt, wordt het jonge lambiekbier gelagerd op inox. Het oude bier rijpt een drietal jaar op eikenhouten vaten.

Eikenhouten vaten
National Media File 
0

Op naar geuze en kriek!

Om geuze te maken, meng je jonge en oude lambiek. Bruno doet dat eigenhandig en staat zo garant voor de juiste smaak en kwaliteit. Voor de kriek wordt aan de gefermenteerde lambiek een lading Belgische krieken (met de pit er nog in!) toegevoegd. Die worden vanaf half juli geoogst in het Hageland. Dagelijks ontvangt de brouwerij dan zo’n 20 ton krieken. Tot half september vindt een eerste gisting plaats. Daarna lopen de tanks weer vol met jonge lambiek en start de tweede gisting - een proces dat tot begin december loopt.

< naar de wereld van Spar