Kook dit gerecht in deze stappen

  1. Pistou:
  2. Pluk de blaadjes basilicum en peterselie en doe in de vijzel met gepelde en fijngesnipperde 1/6 van de look. Bestrooi met zout en stamp helemaal glad tot een pistou terwijl je scheutjes olie toevoegt. Kruid met peper en zout. Zet opzij.

  3. Snij de romanesco, bloemkool en broccoli in roosjes. Pel 2/6 van de look. Rits de rozemarijnnaaldjes van de takjes.

  4. Doe 3/4 van de boter met de look en rozemarijnnaaldjes in het hakmolentje en mix.

  5. Aligot:
  6. Snij de kaas in stukjes of rasp hem.

  7. Schil de aardappelen en snij ze in gelijke stukken. Pel de rest van de look en plet fijn, kook samen met de aardappelen gaar. Giet af, laat uitdampen en draai door de roerzeef.

  8. Doe de aardappelen terug in de pot. Zet op een zacht vuur en voeg de room toe. Klop stevig door elkaar met een spatel en voeg de rest van de boter erbij, laat smelten en klop nogmaals.

  9. Voeg de kaas toe en klop heel goed door. Als de kaas gesmolten is en je draden kan trekken is de aligot klaar. Kruid met zout en peper. Hou warm.

  10. Laat de rozemarijnboter smelten en roerbak de groenteroosjes beetgaar. Kruid met peper en zout.

  11. Dresseer de voorverwarmde borden met een streep pistou, een lepel aligot en bovenop bloemkool-, broccoli- en romanescoroosjes.