Wildstoofpotje met gekaramelliseerd witlof, wortelen en krielaardappeltjes

Wildstoofpotje met gekaramelliseerd witlof, wortelen en krielaardappeltjes

Kookgerei

ovenschaal (1)

Kook dit gerecht in deze stappen

  1. Snij het vlees in grove stukken en kruid met peper en zout. Smelt 3/7 boter in een ruime stoofpot en kleur het vlees kort rondom aan. Haal uit de pot en hou apart.

  2. Pel de sjalotten en look, snipper fijn en stoof ze in dezelfde pot. Voeg de bloem toe en laat kort meebakken.

  3. Blus met de wijn en roer de aanbaksels goed los. Laat enkele min inkoken en voeg vervolgens de wildfond, 2/3 tijm, laurier en gekneusde jeneverbessen toe.

  4. Leg het vlees terug in de saus en laat op een zacht vuur garen tot het mals is. Check de malsheid na 30 min; laat het niet onnodig lang stoven en hou er rekening mee dat fazant aanzienlijk minder gaartijd nodig heeft dan hert of everzwijn.

  5. Voeg de confituur en verse bosbessen toe en laat nog ± 10 min zacht verder garen. Verwijder de tijm, laurier en jeneverbessen en kruid de saus met peper en zout.

  6. Verwarm de oven voor op 200°C. Verdeel de voorgegaarde krieltjes over een ovenschaal, besprenkel met olijfolie en voeg de overige tijm toe. Kruid met peper en zout en laat 20 à 25 min in de oven verder garen en goudbruin kleuren.

  7. Schil de wortelen en snij in mooie, gelijkmatige stukken. Kook of stoom ze beetgaar en werk af met een klein klontje boter, peper en zout.

  8. Maak het witlof schoon en snij de stronken in de lengte doormidden. Smelt de resterende boter in een pan en bak rustig aan beide kanten. Voeg de honing toe en laat verder bakken tot het witlof mooi goudbruin en licht gekaramelliseerd is. Kruid met peper en zout.

  9. Verdeel het wildstoofpotje over diepe borden en schik het gekaramelliseerde witlof, de wortelen en de geroosterde krielaardappeltjes erop. Werk vlak voor het serveren af met enkele frisse takjes waterkers.